De Kleine Prinses

Boeken    Interviews       Columns        

 

Woord vooraf door Mathieu weggeman

“Snap je dat dan niet! Wat ik wil, is gewoon een blauwe kikker”, zei Otto de Graaf op geïrriteerde toon. “Als je dat al niet kunt regelen, wat kun je dan wel? Sta daar niet te staan, maar ga aan de gang!”

“Ja”, dacht de kleine prinses, “dat kun jij allemaal wel mooi zo zeggen, maar waarmee ga ik dan aan de gang en waarom? Wat is de betekenis en de zin daarvan?”

Hier zijn twee hoofdpersonen van dit allegorische boek aan het woord: een opdrachtgever en een projectmanager. Wat zou het mooi zijn als projectmanagers ook in het echt die vragen vaker stellen: wat wil Otto echt? Wat moet er gaan veranderen en waarom wil hij dat? Is het wel verstandig om er een project van te maken? En als dat zo is, ben ik dan de goede projectmanager? Vind ik het ook zinvol om de wereld te verrijken met een blauwe kikker? Kan ik daar enthousiast van worden?

Voor projectmanager Marenne zijn die vragen heel belangrijk en dat komt misschien omdat zij een prinses is. Prinsen en prinsessen leren tijdens hun opvoeding veel over de waarden die in het koninkrijk van belang zijn, hoe ze daarover na kunnen denken. Het veranderen van die waarden is een hachelijke onderneming als je dat niet met empathie en respect probeert te doen.

Daarom overlegt prinses Marenne vaak met haar broer, die heel goed is in het relativeren van de ‘softe praat’ van zijn zus (“De opdrachtgever dient te krijgen wat hij vraagt en anders moet je de klus niet aannemen. Waardendiscussies zijn leuk voor wandelingen in de paleistuin, maar niet als we aan het werk zijn!”). Ze vraagt vaak raad aan haar vader, die voor elk probleem weer een innovatieve oplossing weet te bedenken. Aan creativiteit geen gebrek, maar realiteitszin, ho maar. En dan is er nog haar neef Arthur, een ongebonden Rijnlandse filosoof, die niets liever doet dan de wereldzeeën bezeilen. “Het gaat om de reis, niet om de bestemming!”

Nicoline Mulder en Fokke Wijnstra geven in dit boek op een speelse manier een dwarse, waardengedreven kijk op de omgang met projecten. Natuurlijk is er al heel veel over de techniek van het managen van projecten geschreven, maar aan de rol van waardensystemen, schoonheid en betekenisgeving wordt in die literatuur nauwelijks aandacht geschonken. Hier gebeurt dat gelukkig wel. Nu eens geen checklijstjes, matrices, faseringen en stappenschema’s, maar een sprookje dat op een plezierige, rustige manier aanzet tot verder denken en daarover praten met elkaar. Zo leer je samen nieuwe dingen, dingen waarover in de wereld van projecten nauwelijks werd gesproken. Grote kans dat het sprookje dan niet langer een sprookje is, maar een voorstelbare realiteit.

Eindhoven, februari 2008

Mathieu Weggeman


Prof. dr. ir. M.C.D.P. Weggeman is hoogleraar Organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven en Chef Innovatie bij de Baak Management Centrum VNO-NCW. 


Terug naar het boek